NAAR HUIS KEREN

19-03-2015

Ik schrik wakker van een geluid. Het is Storm, de grote pony, die een trap tegen de staldeur geeft. Meteen daarna een blaf van Loba, onze herdershond. Ik hoor hoe Senna, de andere hond, nerveus door de gang dribbelt. Langzaam doe ik mijn ogen open. Door de gaatjes van de rolluiken sijpelt licht naar binnen. Het is tijd. Zuchtend sta ik op en trek een vestje aan. Het is nog koud, zo vroeg in de ochtend. In de bijkeuken schiet ik de veel te grote, rubberen laarzen aan. De honden duwen hun natte neuzen tegen mijn kuiten. Ze willen naar buiten.
Ik slof naar de wei en glimlach even als de kippen als dolle mina's aan komen rennen. De honden blaffen onophoudelijk. Om gek van te worden. Storm snuift en hinnikt ter begroeting. 'Waar bleef je nou?' lijkt ze te zeggen. Sjors, de kleine pony kent zijn plaats. Hij blijft rustig staan wachten tot hij wat te eten krijgt. In de stal dringt de geur van hooi en paardenpoep mijn neus binnen. Ik pak wat plakken hooi en gooi ze naar de paarden.


De lucht voelt ijl, er hangt een dunne mist over de heuvels. Bewust kijk ik even achterom om te zien hoe een voorzichtig zonnetje boven de horizon uitkomt. Nu nog de waterbak vullen en paardenpoep opruimen. Ik overweeg om de poep te laten liggen. Geen zin. 'Hoe ben ik hier terecht gekomen', flitst het door mijn hoofd. Bij de waterbak zoeken mijn ogen de uilenkast verderop in de wei. Sinds een paar weken wonen er twee steenuiltjes. Ze hebben hun thuis gevonden.
En ik? Is dit mijn thuis? Als jong meisje kon ik niet ver genoeg van huis gaan. Ik wilde mijn eigen pad uitstippelen. Nooit heb ik gedacht ooit terug te willen keren. En nu ben ik hier. Terug op mijn geboortegrond, dicht bij mijn familie. Om mijn eigen pad te vinden, moest ik durven omkijken. En toen ik eindelijk omkeek, roerde zich iets in mij. Een diep verlangen om terug te keren. Nu ben ik hier. Ik voel me vrij



OVERZICHT
RUBRIEKEN
RELATIE
VRIENDSCHAP
FAMILIE
BALANS
LIEFDE
contact | zoek